Plan van aanpak ondernemersschades: sneller inzicht en betere samenwerking bij letselschade van zelfstandigen

In de letselschadepraktijk is de schaderegeling ten behoeve van een ondernemer vaak een bijzonder dossier. Niet omdat het letsel anders is, maar omdat de schade zich niet beperkt tot inkomensverlies op basis van loonstroken. Bij zelfstandigen raakt een ongeval al snel de continuïteit van het bedrijf: opdrachten die wegvallen, onderhanden werk dat blijft liggen, klanten die afhaken en extra kosten om vervanging te regelen. Het Verbond van Verzekeraars heeft daarom, in samenwerking met experts en belangenbehartigers, een plan van aanpak gemaakt dat specifiek is bedoeld voor letselschadebehandeling bij ondernemers. De kern daarvan is: meer maatwerk, meer snelheid, vroegtijdig financieel inzicht en strak georganiseerde samenwerking tussen schadebehandelaar en belangenbehartiger.

Waarom een aparte aanpak nodig is bij ondernemersschade

Bij werknemersschades hanteren verzekeraars en belangenbehartigers geregeld een generieke aanpak, die bij ondernemersschades tekort schiet. Gespecialiseerde behandelaren voor ondernemersschade, zoals Justera, zijn schaars en deze dossiers komen daardoor niet zelden in de reguliere werkstroom terecht bij niet-gespecialiseerde behandelaars. Dat vergroot het risico dat cruciale ondernemersvragen te laat op tafel komen, zoals de stand van de liquiditeit, de status van lopende opdrachten en de kwetsbaarheid van het bedrijfsmodel bij tijdelijke uitval van de ondernemer. Het plan van aanpak beoogt juist daar het verschil te maken: door in een vroeg stadium systematisch informatie te verzamelen over de onderneming en door in de eerste periode praktische hulp en financiële overbrugging centraal te stellen.

De basisprincipes van het plan

Het plan is opgesteld door een werkgroep van senior schadebehandelaren uit zowel de WA- en rechtsbijstandhoek en bedrijfskundigen, met als doel een uniforme manier van werken bij WAM-, AVB- en SVI-schades waarbij ondernemers letsel oplopen. Het sleutelbegrip van de beoogde verbetering is samenwerking. Als uitgangspunten worden genoemd dat het klantbelang centraal staat, dat de eerste schade snel en zo nodig onverplicht wordt betaald, dat er snel inzicht wordt verkregen en dat aan de ondernemer daadwerkelijk hulp wordt verleend.

Strakke termijnen: melden, contact en binnen drie maanden zicht op de onderneming

Een belangrijk element van de werkwijze is de nadruk op snelheid en vaste reactietermijnen. Het plan gaat ervan uit dat de belangenbehartiger binnen twee weken na inschakeling de schade per e-mail meldt bij de aansprakelijke verzekeraar. Vervolgens neemt de WA-verzekeraar binnen twee weken telefonisch contact op om de schade te bespreken. Daarna moet zo spoedig mogelijk, en in elk geval binnen drie maanden, een helder beeld ontstaan van de ondernemer, de financiële situatie van het bedrijf, de pijnpunten rond de continuïteit en de inzetbaarheid van de ondernemer.

Voorschotten als overbrugging en het eigen verhaal van de ondernemer

Het plan koppelt die snelle informatieopbouw aan een voorschotbenadering. Daarbij geldt dat er uiteraard polisdekking moet zijn en dat de WA-verzekeraar direct of in elk geval binnen drie maanden een onderbouwd standpunt over aansprakelijkheid inneemt conform de Gedragscode Behandeling Letselschade. Tegelijk wordt in de eerste drie maanden een passend voorschot verstrekt om de periode tot het aansprakelijkheidsstandpunt te overbruggen.

Een relevant detail is dat de hoogte van het voorschot in beginsel wordt bepaald aan de hand van het eigen verhaal van de ondernemer. Kan de belangenbehartiger onderbouwen dat een aanvullend voorschot nodig is, dan moet de WA-verzekeraar niet strak vasthouden aan standaardbedragen; het plan bevat hiervoor nadere richtlijnen.

Vroeg verzamelen van bedrijfsinformatie: voorbeeldvragen en financiële stukken

Een tweede pijler is het versneld verzamelen van bedrijfs- en financiële gegevens. De belangenbehartiger stuurt zo snel mogelijk aanvullende gegevens over ondernemer en bedrijf, bij voorkeur al bij de aansprakelijkstelling. De werkgroep heeft daarvoor een lijst met voorbeeldvragen ontwikkeld, gericht op onder meer financiële positie, levensvatbaarheid en continuïteit, klantrelaties, de bedrijfsvoering, samenwerking met compagnons of (ingehuurde) medewerkers en andere factoren. Ook relevante financiële gegevens moeten zo vroeg mogelijk worden aangeleverd, eveneens aan de hand van een vragenlijst.

De bedrijfskundige: wanneer inschakelen en wat levert het op

Het plan benoemt expliciet dat inzet van een bedrijfskundige in een aantal situaties raadzaam is. Denk aan gevallen waarin onduidelijk is wanneer de ondernemer weer inzetbaar is, als de continuïteit van het bedrijf onder druk staat, als feiten onduidelijk zijn, bij dreigend faillissement of wanneer klanten weglopen. Het plan beschrijft ook welke informatie de bedrijfskundige dan moet zien te verkrijgen.

Voor de praktijk is dit relevant omdat de bedrijfskundige in ondernemersdossiers vaak het verschil kan maken bij het tijdig bijsturen om verdere schade te beperken. In de eerste maanden kan het bijvoorbeeld gaan om het organiseren van vervanging, het herverdelen van werkzaamheden of het tijdelijk aanpassen van bedrijfsprocessen, zodat het bedrijf kan blijven draaien.

Samenwerking als werkafspraak: wie doet wat, en de ondernemer aan tafel

De aanpak zet in op regelmatige mondelinge afstemming tussen belangenbehartiger en schadebehandelaar, met concrete afspraken over vervolgacties, taakverdeling en het volgende contactmoment. De ondernemer moet daarbij goed aangehaakt blijven, bij voorkeur door zelf bij gesprekken aanwezig te zijn of anders steeds geïnformeerd te worden, zodat verwachtingen helder blijven.

De rol van de belangenbehartiger krijgt in dit plan een praktische invulling. Het gaat onder meer om het ondersteunen van de bedrijfskundige door jaarstukken en belastingaangiften te verzamelen, het organiseren van medische onderbouwing of een eerste medisch advies, en waar passend het gezamenlijk benoemen van één medisch adviseur door beide partijen. Ook wordt genoemd dat partijen kunnen besluiten een schaderegelaar in te zetten, bijvoorbeeld om afspraken te maken over een vergoeding die nodig is om het bedrijf te continueren.

Een opvallende werkafspraak is dat partijen vanaf het moment van schademelding samen optrekken vanuit ieders eigen verantwoordelijkheid, waarbij de WA-verzekeraar in de eerste drie maanden het advies van de belangenbehartiger volgt. Daarna volgt overleg over de vervolgaanpak op basis van onder meer het aansprakelijkheidsstandpunt, het bedrijfskundig rapport, het medisch advies en het herstelverloop.

Wat dit plan betekent voor de dagelijkse praktijk

Dit plan van aanpak stuurt op twee concrete verbeteringen die in ondernemersdossiers helaas te vaak ontbreken: snelle liquiditeits- en continuïteitsfocus, en een strakker proces met vaste contactmomenten en expliciete taakafspraken. Daarmee verklein je het risico dat een ondernemer tussen wal en schip raakt, doordat de behandeling te lang blijft hangen in medische informatie of in standaard bewijsrondes, terwijl het bedrijf intussen doorloopt en onnodig kwetsbaar is.

Het consistent toepassen van deze werkwijze loont: hoe vaker partijen dezelfde stappen volgen, hoe sneller patronen worden herkend en hoe beter dossiers voorspelbaar en beheersbaar worden. Dat kan bijdragen aan minder frictie, meer tempo in de schaderegeling en vooral: meer zekerheid voor de ondernemer op een moment dat het bedrijf daar het meest afhankelijk van is.