Een vroege ochtend op een bouwplaats. Een nieuw pand, nog lang niet af, en een team dat ‘even snel’ aan de slag wil. Voor een zelfstandige schilder (zzp’er) die met collega’s komt om een plafond te latexspuiten, lijkt het een gewone werkdag. Totdat een trapgat, afgedekt met een losse houten plaat, verandert in een val van ruim drie meter. Het gevolg: een incomplete dwarslaesie. En daarna: een complexe juridische strijd over wie verantwoordelijk is voor veiligheid, toezicht en schade.
In deze zaak oordeelde de kantonrechter dat drie partijen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor alle schade die de schilder door het ongeval lijdt. Het gaat om de pandeigenaar/opdrachtgever van de bouw, de bouwbegeleider en de opdrachtgever die het schilderwerk had uitbesteed.
Een bouwplaats vol spullen en een afdekplaat die niet veilig was
Het ongeval gebeurde op 7 mei 2020 in een pand in aanbouw. De schilder kwam ter plaatse om het plafond te latexspuiten. Maar de ruimte lag nog vol materialen en gereedschappen van bouwvakkers. Voordat er gewerkt kon worden, moest de vloer worden vrijgemaakt.
In een hoek lag een grote houten plaat over een trapgat naar de kelder. Rondom die plaat ontbraken afzettingen, markeringen en waarschuwingen. De plaat was ook niet vastgezet of geborgd. Tijdens het opruimen tilde of kantelde de schilder de plaat om die tegen de wand te zetten. Hij zette een stap naar voren en viel door het open trapgat naar beneden. De val eindigde op de betonnen keldervloer, ruim drie meter lager.
Het letsel was ernstig. De schilder hield een incomplete dwarslaesie over: een gedeeltelijke beschadiging van het ruggenmerg, met blijvende lichamelijke beperkingen.
Waarom juist deze zaak zo ingewikkeld werd
Bij veel arbeidsongevallen is het snel duidelijk wie de werkgever is en wie de veiligheidsverantwoordelijkheid draagt. Maar de schilder was zzp’er, werkzaam via een opdrachtgever die het schilderwerk had uitbesteed. Daarnaast waren er meerdere partijen actief op de bouw: de pandeigenaar liet het pand in eigen beheer bouwen (zonder hoofdaannemer), en er was een bouwbegeleider die de dagelijkse begeleiding deed.
Dat soort constructies komt in de praktijk vaak voor. En precies daar ontstaan de risico’s: wie is aanspreekpunt voor veiligheid, wie controleert, wie grijpt in als er gevaarlijke situaties zijn? Als die regie ontbreekt, kan een ogenschijnlijk simpele veiligheidsfout grote gevolgen hebben.
Wat vond de rechter: drie partijen dragen verantwoordelijkheid
De kantonrechter nam als uitgangspunt dat de trapgatafdekking ondeugdelijk was. Een afdekplaat boven een sparing moet niet alleen iets bedekken, maar zó zijn uitgevoerd dat het voor iedereen duidelijk is dat het een veiligheidsvoorziening betreft én dat die niet eenvoudig weggenomen kan worden. Juist omdat bouwplaatsen dynamisch zijn: mensen ruimen op, verplaatsen materialen en werken onder tijdsdruk.
De rechter kwam tot drie afzonderlijke conclusies die samen het eindresultaat verklaren.
Ten eerste: de pandeigenaar/opdrachtgever kon de veiligheidsverantwoordelijkheid niet simpelweg wegschuiven. Ook als werkzaamheden worden uitbesteed, blijft het noodzakelijk dat iemand de veiligheid organiseert en bewaakt. In deze zaak woog mee dat er geen duidelijke, gedragen veiligheidsregie was en dat er geen overtuigend project-specifiek veiligheidsplan was waarmee verantwoordelijkheden en toezicht echt waren belegd.
Ten tweede: de bouwbegeleider werd aangesproken op gevaarzetting. De rechter keek naar de situatie alsof het om een voorspelbaar risico ging: een trapgat met een plaat die niet vastzit en niet is gemarkeerd. De kans op een ernstig ongeval is dan reëel en de gevolgen zijn potentieel zeer zwaar. Extra maatregelen waren bovendien eenvoudig te nemen. De rechter wees er nadrukkelijk op dat al één dag na het ongeval de plaat met eenvoudige bevestiging zó kon worden vastgezet dat optillen of kantelen niet meer mogelijk was. Later kwam er ook een hekwerk. Dat maakt duidelijk dat preventie hier niet ingewikkeld of kostbaar hoefde te zijn.
Ten derde: ook de opdrachtgever van de schilder kreeg aansprakelijkheid toegerekend. Hoewel de schilder zelfstandig ondernemer was, vond de rechter dat hij voor zijn veiligheid in een positie verkeerde die vergelijkbaar is met die van een werknemer. Bovendien speelde mee dat de schilder al jaren opdrachten kreeg van deze opdrachtgever en dat er in de praktijk ook meerwerk werd uitgevoerd. De opdrachtgever was de dag vóór het ongeval nog op de bouwplaats aanwezig en had volgens de rechter moeten weten dat het pand vol spullen lag en dat er dus risico’s waren. Dan is waarschuwen of ingrijpen geen bijzaak, maar een concrete plicht.
De uitkomst: meerdere partijen aansprakelijk
De kantonrechter verklaarde voor recht dat de pandeigenaar, de bouwbegeleider en de schilderopdrachtgever hoofdelijk aansprakelijk zijn voor alle schade die de schilder door het ongeval lijdt en nog zal lijden. De rechter heeft in dit vonnis nog geen concreet bedrag aan schadevergoeding, zoals smartengeld of verlies van verdienvermogen, toegewezen. Dit bedrag zal later worden vastgesteld in een zogenaamde schadestaatprocedure. Wel moeten de aansprakelijke partijen de proceskosten van de schilder vergoeden.
Waarom gespecialiseerde belangenbehartiging essentieel is voor zzp’ers met letselschade
Voor zelfstandigen is letselschade vaak extra ontwrichtend. Niet alleen door pijn en beperkingen, maar ook door inkomensverlies, onzekerheid over opdrachten, discussies over aansprakelijkheid en verzekeringsdekking, en de vraag hoe toekomstige schade moet worden berekend. In complexe bouwzaken komen daar meerdere betrokken partijen bovenop, wat de zaak extra ingewikkeld maakt.
Juist daarom is deskundige belangenbehartiging door een gespecialiseerde letselschade-expert van groot belang. Die kan vanaf het begin sturen op bewijs, aansprakelijkstelling, medische en arbeidskundige onderbouwing, en een realistische begroting van schadeposten zoals verlies van verdienvermogen en toekomstige kosten. En minstens zo belangrijk: een specialist houdt overzicht in een dossier waarin meerdere partijen elkaar proberen aan te wijzen als de verantwoordelijke, terwijl het slachtoffer zich ondertussen kan concentreren op het herstel.